Controles op bedrijfsvoorheffing bedrijfsleiders

Blijkbaar zijn er nog steeds heel wat vennootschappen die geen of foutieve aangiften in de bedrijfsvoorheffing indienen en deze niet of onvolledig betalen. Daar wil de fiscus nu iets aan doen door middel van gerichte acties t.a.v. vennootschappen die in 2017 of 2018 geen aangifte of betaling bedrijfsvoorheffing bedrijfsleiders deden.

 

Op elk loon, dus ook op dat van een bedrijfsleider, moet er in principe verplicht bedrijfsvoorheffing ingehouden worden (art. 270, 1° WIB 92). De fiches 281.20 voor inkomstenjaar 2017 en 2018, waarop geen bedrijfsvoorheffing ingehouden werd, zullen bijgevolg met extra aandacht bekeken worden.

 

Als uw vennootschap laattijdig of geen aangifte bedrijfsvoorheffing doet, kan de fiscus daarvoor een boete opleggen die kan oplopen tot € 1.250,00, vermeerderd met een belastingverhoging gaande van 10% tot 200% op de voorheffing van de niet-aangegeven inkomsten (art. 444 WIB 92). Vanaf de eerste dag van de maand volgend op de vervaldag, zijn nalatigheidsinteresten (4% sinds 01.01.2018) verschuldigd. Iedere begonnen maand wordt als een volledige maand gerekend.

 

De fiscus wil met deze actie ondernemingen aanzetten om hun verplichtingen i.v.m. een inhouding en aangifte van bedrijfsvoorheffing, na te komen. Hij zou dan voorlopig geen boetes opleggen voor de voorbije twee jaar.

 

Het juiste bedrag van de bedrijfsvoorheffing wordt bepaald op basis van schalen, waarbij rekening gehouden wordt met de hoogte van uw loon, het belastingvrije minimum en het aantal kinderen ten laste (bijlage III KB/WIB 92).

 

Ook als er geen bedrijfsvoorheffing betaald moet worden (doordat bijvoorbeeld uw loon lager is dan de laagste schaal), is een aangifte nog steeds verplicht, meer bepaald gaat het hier dan om een nihilaangifte.

 

Tenslotte dient er eveneens op uw privé belastbare voordelen (VAA) de nodige bedrijfsvoorheffing te worden ingehouden en tijdig hiervoor een aangifte te gebeuren, wat heel vaak in de praktijk vergeten wordt.